Vloerpaneel.
Deze uitvinding heeft betrekking op een vloerpaneel, meer speciaal een laminaatvloerpaneel.
In het bijzonder heeft zij betrekking op een vloerpaneel van het type dat bedoeld is voor het vormen van een zwevende vloerbedekking, waarbij dit vloerpaneel een decor, bij voorkeur een gedrukt decor, alsmede een toplaag op basis van kunststof, bevat, en waarbij de sierzijde van het vloerpaneel een houtmotief imiteert.
Het is bekend dat met laminaatvloerpanelen dikwijls houten vloerdelen of parket wordt geïmiteerd. Het is bekend dat de imitatie doorgaans wordt verwezenlijkt door het vloerpaneel te voorzien van een gedrukt decor dat een fotografische afbeelding van hout weergeeft.
Bij het imiteren van bepaalde houtsoorten, vooral donkere en/of exotische houtsoorten, zoals wengé, leiden de gebruikelijke technieken tot weinig tevredenstellende resultaten.
De huidige uitvinding beoogt in het algemeen een nieuwsoortig vloerpaneel waarbij nieuwe mogelijkheden worden geboden om een imitatie uit te voeren. Meer specifiek beoogt zij een oplossing om goede imitaties van donkere en/of exotische houtsoorten te kunnen realiseren.
Hiertoe betreft de uitvinding een vloerpaneel, meer speciaal van het type dat bedoeld is voor het vormen van een zwevende vloerbedekking, waarbij dit vloerpaneel een decor, alsmede een toplaag op basis van kunststof, bevat, en waarbij de sierzijde van het vloerpaneel een houtmotief imiteert, met als kenmerk dat het vloerpaneel aan zijn bovenoppervlak zones van verschillende glansgraden vertoont die zich over het bovenoppervlak uitstrekken in functie van het geïmiteerde globale houtmotief.
Met het globale houtmotief worden minstens grote zones uit het houtmotief bedoeld en dus bijvoorbeeld niet alleen plaatselijke verschijnselen, zoals houtporiën, houtweren, of plaatselijke uitdiepingen tussen houtnerven.
Door met houtmotieven te werken die in hun totaliteit gevormd worden door zones van verschillende glansgraden wordt een extra dimensie aan het vloerpaneel toegevoegd waardoor nieuwe toepassingsmogelijkheden worden gecreëerd, hetgeen er ook toe leidt dat moeilijk te imiteren houtsoorten nu beter kunnen worden weergegeven.
Bij voorkeur worden voor de voornoemde zones minstens twee respectieve glansgraden toegepast die door de gebruiker en dus met het blote oog duidelijk te onderscheiden zijn.
Meer speciaal geniet het de voorkeur dat voor de voornoemde zones respectievelijk minstens twee glansgraden worden toegepast die zodanig zijn gekozen dat bepaalde zones zich duidelijk als matte zones manifesteren, terwijl andere zones zich als niet-matte of glanzende zones manifesteren.
De meest matte zones op het vloerpaneel vertonen bij voorkeur een glansgraad van 10 of beter minder dan 10, terwijl de minder matte of glanzende zones een glansgraad van meer dan 10, en beter nog meer dan 20, vertonen, dit alles gemeten volgens DIN
67530.
Ongeacht de toegepaste absolute glansgraden, bedraagt het verschil in glansgraad tussen de matte en glanzende zones van het vloerpaneel bij voorkeur minstens 10.
Wanneer het laminaat via een persbewerking wordt vervaardigd, en de zones van verschillende glansgraad worden gerealiseerd door gebruik te maken van een persplaat die zones van verschillende glansgraad heeft, bedragen de glansgraden gemeten op de persplaat bij voorkeur minder dan 40 in de matte zones en meer dan 40, en beter nog meer dan 100 in de glanzende zones.
In de meest voorkeurdragende uitvoeringsvorm vertoont de bovenzijde ter plaatse van de houtstructuur in hoofdzaak slechts twee glansgraden, waarmee bedoeld wordt dat met het blote oog van op een normale ooghoogte boven geïnstalleerde vloerpanelen, en onder een geschikte hoek, slechts twee duidelijk verschillende glansgraden kunnen worden waargenomen. Hierdoor kan een duidelijk contrast worden gecreëerd tussen aangrenzende zones. Zones van tussenliggende glansgraad bestaan dan immers niet .
In een bij zondere uitvoeringsvorm is het decor in één kleur of hoofdzakelijk in één kleur uitgevoerd, welke bij voorkeur een donkere keur is en meer speciaal zwart of een als nagenoeg zwart uitziende kleur. Het houtmotief wordt dan louter bepaald door de zones van verschillende glansgraad. Het voordeel is dat op deze wijze in wezen slechts één kleur noodzakelijk is en dat heel donker hout kan worden weergegeven.
In een voorkeurdragende uitvoeringsvorm echter zal het decor in minstens twee verschillende kleuren worden uitgevoerd, waarbij deze kleuren bij voorkeur ook een houtmotief weergeven. Met andere woorden zal het vloerpaneel dan twee soorten zones vertonen die door hun kleur onderling van elkaar verschillen. In de meest voorkeurdragende uitvoeringsvorm zal het decor per vloerpaneel zelfs uitsluitend in twee kleuren worden uitgevoerd. Met "twee kleuren" wordt bedoeld dat globaal, vanop een normale ooghoogte hoofdzakelijk twee kleuren worden waargenomen. Bij voorkeur is iedere kleur monochromatisch, doch het is ook mogelijk om "één kleur" op zich uit meerdere kleuren samen te stellen, zoals bijvoorbeeld in vierkleurendruk of door kleurenspikkels door elkaar aan te wenden die globaal één welbepaalde kleurindruk geven.
Ook kan ter plaatste van de overgangen tussen twee kleuren een dunne zone van een andere kleur aanwezig zijn, die vanop normale ooghoogte door de gebruiker evenwel niet waar te nemen is.
Opgemerkt wordt dat bij de productie van dergelijke vloerpanelen wel een aantal verschillende vloerpanelen kunnen worden vervaardigd, waarvan niet alleen de tekening in het decor verschillend is, doch ook de kleur of algemene tint ietwat van elkaar verschilt, zodanig dat bij het leggen van een vloer geringe verschillen qua tint zichtbaar zijn tussen verschillende panelen onderling.
De voornoemde twee kleuren zullen bij voorkeur minstens verschillen van elkaar doordat de ene kleur donkerder is dan de andere. In de meest voorkeurdragende uitvoeringsvorm is de meest donkere kleur zwart of nagenoeg zwart, of wordt voor deze kleur in het algemeen een bijzonder donkere kleur aangewend. In een praktische uitvoeringsvorm zal zwart worden aangewend waarin een donkere bordeaux tint verwerkt zit. De andere kleur is bij voorkeur ook nog wel relatief donker. Bijzonder goede resultaten worden bereikt wanneer voor deze andere kleur bruin, meer speciaal donker bruin, of een grijsachtige kleur, wordt gekozen. In een praktische uitvoering zal in deze bruine of grij sachtige kleur bij voorkeur ook nog een roze tint verwerkt zijn.
Een voordeel van het paneel te voorzien met een houtmotief dat door de glansgraden gevormd wordt, alsmede van een houtmotief dat door kleuren gevormd wordt, bestaat erin dat een persoon die zich op een vloer uit dergelijke vloerpanelen bevindt bijna altijd een motief zal waarnemen ongeacht de invalshoek van het licht. Wanneer hij schuin tegen invallend licht naar panelen voor hem kijkt zal hij door de weerkaatsing van het licht op het kunststofoppervlak weinig of niets waarnemen van het motief dat door de kleuren wordt gevormd, doch zal hij wel duidelijk het motief waarnemen dat door de verschillende glansgraden ontstaat.
Wanneer hij echter recht of nagenoeg recht op de panelen kijkt, en er alleen schuin invallend licht is, zal hij het motief dat gevormd wordt door de glansgraden nog nauwelijks waarnemen, doch zal hij wel het motief waarnemen dat door de verschillende kleurzones wordt gevormd.
Volgens een belangrijke voorkeurdragende uitvoeringsvorm zijn de zones van verschillende glansgraad en de zones van verschillende kleur in overeenstemming of hoofdzakelijk in overeenstemming met elkaar. In verband hiermede wordt opgemerkt dat bij een weerkaatsing van licht onder een zodanige hoek dat men de verschillende glansgraden goed waarneemt, de matte gedeelten hoofdzakelijk als lichtere gedeelten worden ervaren, hetgeen vermoedelijk te verklaren is door de diffuse verspreiding van het licht. Door nu de matte zones met de lichtere kleurzones te laten overeenstemmen, wordt verkregen dat bij het wijzigen van kijkhoek of kijkrichting naar een toestand waarbij de verschillen in kleur meer merkbaar worden en de verschillen in glansgraad minder merkbaar worden, geen plotse verschuiving van de waargenomen "lichte zones" plaatsvindt.
Een praktisch voorbeeld van een eventueel gewilde afwijking bestaat erin dat de zones van een welbepaalde glansgraad iets groter worden uitgevoerd dan de overeenstemmende zones van een welbepaalde kleur. Proefondervindelijk werd hierbij vastgesteld dat hierdoor bepaalde ongewenste schemereffecten die het uiteindelijke beeld vertroebelen, kunnen worden uitgesloten.
Een bijzonder gunstige combinatie van kenmerken bestaat erin dat, enerzijds, zoals voornoemd twee kleuren worden aangewend die van elkaar verschillen doordat de ene kleur lichter is dan de andere en dat, anderzijds, de zones met de glansgraad die het meest matte effect oplevert in overeenstemming zijn met de zones die in de lichtere kleur zijn uitgevoerd. Ter verduidelijking wordt nogmaals benadrukt dat met een "lichtere kleur" een kleur wordt bedoeld die lichter is dan de andere kleur, hetgeen evenwel niet betekent dat de "lichtere kleur" een lichte kleur moet zijn. Zoals voornoemd is deze kleur bij voorkeur zelfs ook relatief donker, bijvoorbeeld bruin, en beter nog relatief donker bruin of een grijsachtige kleur.
Met betrekking tot het voorgaande wordt opgemerkt dat bij een weerkaatsing van licht onder een zodanige hoek dat men de verschillende glansgraden goed waarneemt, de matte gedeelten hoofdzakelijk als lichtere gedeelten worden ervaren, hetgeen vermoedelijk te verklaren is door de diffuse verspreiding van het licht. Door nu de matte zones met de minder donkere zones te laten overeenstemmen, wordt verkregen dat bij het wijzigen van kijkhoek of kijkrichting naar een toestand waarbij de verschillen in kleur meer merkbaar worden en de verschillen in glansgraad minder merkbaar worden, geen plotse verschuiving van de waargenomen "lichte zones" plaatsvindt.
In de meest voorkeurdragende uitvoeringsvorm zijn de matte zones groter uitgevoerd dan de zones die in de voornoemde lichtere kleur zijn uitgevoerd, zodanig dat er een overlapping aan de randen bestaat waarbij de matte zones zich tot in het randgebied van de meer donkere zones uitstrekken.
Bij voorkeur zijn de voornoemde zones van verschillende glansgraad ieder op zich vlak, met uitzondering van een eventuele fijne matteringsstructuur op de mattere zones en met uitzondering van eventuele plaatselijke indrukkingen, zoals bijvoorbeeld indrukkingen voor het imiteren van houtporiën. Ruwe structuren, zoals op het oppervlak liggende ribben die houtnerven imiteren, worden bij voorkeur dan ook uitgesloten. Doordat ruwe structuren binnenin ieder van de zones zodoende hoofdzakelijk uitgesloten zijn, wordt vermeden dat het door de zones van verschillende glansgraad gevormde motief zou verstoord worden, hetgeen het beoogde effect zou kunnen benadelen.
De beide soorten zones, zowel de glanzende als de matte, vertonen bij voorkeur op zich dan ook een oppervlakteruwheid
<EMI ID=1.1>
oneffenheden door de imitatie van houtporiën uitgesloten.
Volgens een voorkeurdragende uitvoeringsvorm zijn de voornoemde zones van verschillende glansgraad hoofdzakelijk in éénzelfde vlak, dus op éénzelfde niveau gelegen zijn. Meer speciaal nog geniet het de voorkeur dat de voornoemde zones van verschillende glansgraad verkregen zijn door middel van een persing met eenzelfde persplaat en dat deze zones in éénzelfde vlak gelegen zijn, met uitzondering van een eventueel niveauverschil dat uitsluitend te wijten is aan het feit dat op de betreffende plaats een matteringsstructuur op de persplaat werd aangebracht. Doorgaans wordt zulke matteringsstructuur gevormd door de persplaat plaatselijk te stralen, bijvoorbeeld te zandstralen.
Wanneer tussen de voornoemde zones van verschillende glansgraad om welke reden ook een niveauverschil bestaat, zal dit bij voorkeur kleiner zijn dan 0,01 mm en beter nog kleiner zijn dan 0, 005 mm.
Het feit dat geen niveauverschillen worden toegepast, of slechts geringe niveauverschillen zoals hiervoor uiteengezet, biedt het voordeel dat zich geen zichtbare of nauwelijks zichtbare hoogteverschillen manifesteren, hetgeen voordelig is wanneer men op dergelijke vloer verticaal of nagenoeg verticaal naar beneden kijkt. In de meeste praktische toepassingen zijn de matte en minder matte structuren van de respectieve zones vanuit dergelijke gezichtshoek moeilijk te onderscheiden. Doordat ook geen wezenlijke hoogteverschillen bestaan kan men bijgevolg geen enkele overgang onderscheiden, waardoor het decor niet wordt verstoord. Dit is vooral van belang in het geval dat met zones van verschillende glansgraden en kleuren wordt gewerkt waarvan de matte zones iets groter zijn uitgevoerd dan de ermee overeenstemmende kleur.
Moesten in dergelijk geval grote hoogteverschillen bestaan, die van nabij goed zichtbare overgangsranden vormen, dan zou bijzonder goed opvallen dat deze niet precies met de overgangen tussen de kleuren samenvallen, hetgeen als storend zou kunnen worden ervaren.
Wanneer hoogteverschillen worden uitgesloten of tot een minimum worden beperkt, ontstaat bovendien het voordeel dat de nodige persplaten vrij eenvoudig kunnen worden gerealiseerd.
Het voorgaande sluit echter niet uit dat toch bewust in grotere niveauverschillen kan worden voorzien, bijvoorbeeld om speciale effecten te creëren of wanneer het voornoemde nadeel als ondergeschikt wordt beschouwd.
In het bovenoppervlak van het vloerpaneel kunnen ook indrukkingen aanwezig zijn die houtporiën imiteren. In zulk geval geniet het de voorkeur dat deze indrukkingen in overeenstemming zijn met de houtstructuur, hetgeen op zichzelf een techniek is die onder de benaming "registered embossed" bekend is.
De uitvinding biedt zoals voornoemd een techniek die bijzonder geëigend is voor het imiteren van donkere houtsoorten, waarin weinig kleuronderscheiden te herkennen zijn, welke bijgevolg moeilijk op een degelijke manier te imiteren zijn door middel van uitsluitend het gebruik van een gedrukt decor. Door, in overeenstemming met de uitvindingsgedachte, gebruik te maken van door middel van verschillende glansgraden weergegeven globale houtstructuren, zijn wel goede imitaties mogelijk, hetgeen nog verbeterd wordt door zoals voornoemd tevens gebruik te maken van verschillend gekleurde doch overeenstemmende zones.
In een praktische toepassing zal de uitvinding dan ook worden aangewend voor het imiteren van de houtsoort wengé, waarbij dan uiteraard houtmotieven worden toegepast die vergelijkbaar zijn met deze van wengé, en beter nog houtmotieven die uit echt wengé afgeleid of gekopieerd zijn, bijvoorbeeld door middel van op zichzelf bekende reproductietechnieken, waarbij bijvoorbeeld de aan te wenden persplaten geëtst worden op basis van fotografische reproductietechnieken.
Alhoewel de uitvinding vooral tot haar recht komt bij het imiteren van wengé, is zij ook zeer geschikt bepaalde andere houtsoorten, en in het bijzonder exotische houtsoorten, te imiteren.
Dankzij de technische mogelijkheden die geboden worden door met verschillende glansgraden te werken, bij voorkeur gecombineerd met verschillende kleuren, zijn bijzonder goede imitaties mogelijk.
Opgemerkt wordt dat het imiteren van een houtmotief door gebruik te maken van verschillende glansgraden vooral tot zijn recht komt bij relatief grote afwisselende matte en glanzende zones en/of zones van verschillende kleur, in het bijzonder wanneer deze zones een zogenaamde bloemstructuur van hout weergeven.
Bij voorkeur zal ieder vloerpaneel één doorlopende houtstructuur bezitten, of met andere woorden zal ieder vloerpaneel de imitatie van één eendelige plank voorstellen. Volgens een variante is het echter niet uitgesloten dat op één vloerpaneel meerdere planken, stroken, latten of dergelijke worden afgebeeld.
Laminaatpanelen die voorzien zijn van donkere decorlagen hebben dikwijls als nadeel dat na het installeren ervan opvallende lichte naden tussen de vloerpanelen zichtbaar zijn. Deze zijn het gevolg van het doorsnijden van de toplaag tijdens het vormen, meer speciaal frezen, van de randen. Door het doorsnijden van de toplaag ontstaan vermoedelijk wijzigingen in de lichtbrekingsindex van het hars of valt het doorgesneden papier meer op.
Om het eventuele ontstaan van zulke lichte naden te vermijden, kan indien gewenst aan de bovenrand van de vloerpanelen een inkleuring worden uitgevoerd, met een kleur waarvan de tint bij voorkeur overeenstemt met de algemene tint van het decor, hetzij doordat minstens ter hoogte van de zijkant van de toplaag een kleurstof wordt aangebracht, hetzij doordat een materiaalgedeelte ter hoogte van de bovenrand wordt weggenomen waarbij het gevormde oppervlak met een kleur wordt voorzien.
De uitvinding kan in principe bij elk type van laminaatvloerpaneel worden aangewend dat een decor en een laminaatlaag uit kunststof bezit, dit ongeacht waar het decor zich ten opzichte van de uit kunststof bestaande laminaatlaag bevindt, en ongeacht hoe de uit kunststof bestaande laminaatlaag is verwezenlijkt of opgebouwd.
In hoofdzaak, doch niet beperkend, is de uitvinding wel bedoeld voor laminaatvloerpanelen van het type die uit een door verpersing gelamineerde plaat zijn gevormd, en meer speciaal vloerpanelen van het zogenaamd DPL type (Direct Pressure Laminate).
De uitvinding kan evenwel ook bij andere types van vloerpanelen worden aangewend, bijvoorbeeld waarbij de laminaatlaag is opgebouwd uit HPL, alsook bij zogenaamd compact laminaat.
In het bijzonder is de uitvinding bedoeld om te worden aangewend bij laminaatpanelen met een toplaag uit thermohardend hars, meer speciaal thermohardend melaminehars.
Bij voorkeur bestaat het decor uit een bedrukking die op een drager is aangebracht, bijvoorbeeld een papierlaag, welke zich in de toplaag uit kunststof bevindt, zoals dit gebruikelijk is bij het verwezenlijken van DPL, HPL of compact laminaat. Het is evenwel niet uitgesloten dat de bedrukking op een andere wij ze is gerealiseerd, bijvoorbeeld door deze rechtstreeks op een onderliggend substraat te drukken, al dan niet met tussenkomst van primers, dichtingslagen of dergelijke.
Opgemerkt wordt dat een "decor" in de breedste zin moet worden verstaan als zijnde een door middel van eender welke techniek aangebrachte laag bestaande uit een kleurende substantie. Het kan hierbij bijvoorbeeld zowel handelen om een door middel van een klassieke druktechniek opgedragen substantie, een door middel van een printer, bijvoorbeeld digitale printer gevormde bedrukking, als een door verf, lak, inkt of andere uithardende substantie gevormde laag, eender hoe deze producten zijn aangebracht.
Volgens een afwijkende variante van de uitvinding, wordt in de plaats van het hiervoor gedefinieerde decor gebruik gemaakt van een ingekleurde laminaatlaag. In het geval de laminaatlaag daarin ingebedde lagen, bijvoorbeeld papierlagen bevat, kan gewerkt worden met gekleurd papier, met andere woorden waarbij aan het papier kleurstof is toegevoegd tijdens de productie ervan, of waarbij het papier met een kleurstof is geïmpregneerd. Ook kan gekleurde kunststof, bijvoorbeeld gekleurd hars, worden aangewend.
Opgemerkt wordt dat in het geval met zones van verschillende kleur wordt gewerkt, deze zich zoals voornoemd bij voorkeur volgens een houtmotief uitstrekken. Dit sluit andere mogelijkheden van kleurschakeringen niet uit. Zo bijvoorbeeld zou het decor met een gevlekt motief kunnen worden voorzien, bijvoorbeeld van in elkaar overgaande vlekken in zwart en een andere kleur, bijvoorbeeld bruin, of bijvoorbeeld met een zwarte ondergrond waarin vlekken in een andere kleur aanwezig zijn, dit bijvoorbeeld als alternatief voor een monochroom, bijvoorbeeld zwart, decor, waarbij dan wel de zones van verschillende glansgraad in de vorm van een houtmotief uitgevoerd zijn, zonder daarbij dus in overeenstemming te zijn met het kleurmotief.
Volgens een voorkeurdragende uitvoeringsvorm wordt, in het geval dat het vloerpaneel een donker decor heeft, tevens gebruik gemaakt van een transparante doch donker ingekleurde materiaallaag boven dit decor. Hierdoor verkrijgt het decor een vollere tint. Door zulke ingekleurde materiaallaag aan te wenden, hoeft het decor, wanneer dit bestaat uit inkt of dergelijke, niet noodzakelijk meer een zeer goede dekking van het oppervlak te geven. Een goede kleurdekking is soms een probleem met donkere kleuren en door het gebruik van een ingekleurde doch transparante materiaallaag boven het decor wordt dit probleem nu uitgesloten of geminimaliseerd.
De ingekleurde materiaallaag kan op verschillende wijzen worden gerealiseerd.
Enerzijds kan voorafgaand aan de eigenlijke fabricage van de platen waaruit de vloerpanelen worden gevormd, kleurstof in de voornoemde kunststof zelf worden gemengd, bijvoorbeeld in het hars, zoals het doorgaans aangewende melaminehars. Op deze wijze gaat de laminaatlaag zelf als gekleurde materiaallaag fungeren.
Anderzijds, in het geval dat boven het gedrukt decor een zogenaamde overlay aanwezig is, kan ook het dragermateriaal van de overlay een gekleurd materiaal zijn, bijvoorbeeld papier waaraan een hoeveelheid donkere kleurstof is toegevoegd. Zoals bekend wordt het papier van de overlay ingevolge het verpersen transparant. De erin aanwezige kleurstof blijft echter merkbaar, zodanig dat een transparante ingekleurde materiaallaag ontstaat.
Tevens wordt opgemerkt dat de som van de oppervlakken van hiervoor genoemde zones, per soort zone, bij voorkeur een wezenlijk deel van het totale oppervlak van het vloerpaneel bestrijkt en bij voorkeur minstens 25 % daarvan bedraagt. Ter verduidelijking wordt hiermede bijvoorbeeld bedoeld dat de som van de oppervlakken van alle zones van een bepaalde glansgraad, dus enerzijds de som van de oppervlakken van alle matte zones en anderzijds de som van alle oppervlakken van de meer glanzende zones telkens niet minder dan 25% bedraagt van het totale oppervlak van het vloerpaneel.
Opgemerkt wordt dat het decor op zich uit meerdere lagen kan opgebouwd zijn. Bij donkere kleuren bijvoorbeeld geniet het de voorkeur dat voor de opbouw van het decor eerst een fond wordt gevormd, waarna de decoratieve inkt of andere substantie hierover wordt aangebracht.
Met het inzicht de kenmerken van de uitvinding beter aan te tonen, zijn hierna, als voorbeeld zonder enig beperkend karakter, enkele voorkeurdragende uitvoeringsvormen beschreven, met verwijzing naar de bijgaande tekeningen, waarin:
figuur 1 schematisch een vloerpaneel volgens de uitvinding weergeeft; figuur 2 schematisch en op een grotere schaal een doorsnede weergeeft volgens lijn II-II in figuur 1; figuur 3 op sterk vergrotende schaal en op schematische wijze het gedeelte weergeeft dat in figuur 2 met F3 is aangeduid; figuur 4 sterk geschematiseerd weergeeft hoe platen worden samengesteld waaruit vloerpanelen zoals dat van figuren 1 tot 3 kunnen worden verwezenlijkt; figuur 5 voor een variante van de uitvinding schematisch een gedeelte uit de bovenzijde van het paneel weergeeft; figuren 6 en 7 tonen hoe het gedeelte uit figuur 5 is opgebouwd;
figuren 8 en 9 schematisch gelijkaardige gedeelten weergeven als in de figuren 5 tot 7, doch voor een verdere variante; figuren 10 en 11 betrekking hebben op een reële uitvoeringsvorm, meer speciaal een uitvoeringsvorm die een wengé-motief weergeeft; figuren 12 tot 14 een aantal mogelijkheden weergeven om bovenranden van een vloerpaneel volgens de huidige uitvinding af te werken.
Zoals weergegeven in figuur 1 heeft de uitvinding betrekking op een vloerpaneel 1 van het type dat bedoeld is voor het vormen van een zwevende vloerbedekking.
Dit vloerpaneel 1 is zoals weergegeven in de figuren 1 en 2 bij voorkeur aan minstens twee tegenovereenliggende randen 2-3, en bij voorkeur aan beide paren tegenovereenliggende randen 2-3 en 4-5, voorzien van koppeldelen 6-7 waarmee meerdere van dergelijke vloerpanelen 1 aan elkaar kunnen worden gekoppeld. Deze koppeldelen 6-7 zijn zoals weergegeven bij voorkeur van het type dat in gekoppelde toestand van de vloerpanelen 1 een vergrendeling in verticale en horizontale richting bewerkstelligt. Andere types van koppeldelen, bijvoorbeeld koppeldelen in de vorm van een normale tand en groef of koppeldelen voor het realiseren van een zogenaamde "drop-in"koppeling zijn volgens varianten niet uitgesloten. De koppeldelen hoeven niet noodzakelijk eendelig met het lichaam van het vloerpaneel uitgevoerd te zijn.
Ook combinaties van verschillende types van koppeldelen aan verschillende paren van randen zijn mogelijk. Voorbeelden van koppeldelen zijn onder meer bekend uit WO 97/47834, WO 01/96688, WO 01/96689, WO 01/98603, WO 96/27719, WO 00/20705, WO 00/47841, WO 98/58142 en JP 07-300979.
Zoals weergegeven in figuur 3 bevat het vloerpaneel 1 minstens een gedrukt decor 8 en een laminaatlaag of toplaag 9 op basis van kunststof 10, alsmede een onderliggend substraat 11.
In het weergegeven voorbeeld is de laminaatlaag 9 van het DPLtype (Direct Pressure Laminate) en is hiertoe samengesteld uit twee op elkaar en op het onderliggend substraat 11 verperste lagen, namelijk een eerste laag, hierna decorlaag 12 genoemd, die bestaat uit een met kunststof 10, meer speciaal hars, geïmpregneerde drager 13, bijvoorbeeld een drager uit papier waarop het decor 8 in de vorm van een bedrukking of dergelijke is aangebracht, en een tweede laag, namelijk een zogenaamde overlay 14, die in het voorbeeld eveneens bestaat uit een met kunststof 10, meer speciaal hars, geïmpregneerde drager 15. De drager 15 bestaat doorgaans uit zuiver en helder papier dat bij het verpersen transparant wordt. In de overlay 14 kunnen op bekende wijze materialen opgenomen zijn die de slijtvastheid van de uiteindelijke laminaatlaag 9 verhogen.
De laminaatlaag 9 bevindt zich uiteraard aan de sierzijde of bovenzijde 16 van het vloerpaneel 1. Zoals weergegeven in figuur 2 zal tegen de onderzijde 17 van het vloerpaneel 1 gebruikelijk een tegenlaag 18 aanwezig zijn, die eveneens uit een laminaatlaag bestaat.
De vloerpanelen 1 worden op bekende wijze uit grote laminaatplaten vervaardigd die tot vloerpanelen 1 verzaagd worden, waarna aan de randen hiervan koppeldelen, bijvoorbeeld de weergegeven koppeldelen 6-7, worden gevormd, bijvoorbeeld door middel van een aantal freesbewerkingen.
De laminaatplaten zelf worden bijvoorbeeld vervaardigd door, zoals schematisch is weergegeven in figuur 4, verschillende samenstellende lagen onder hoge druk in een verwarmde pers 19 samen te drukken, waarbij bijvoorbeeld de decorlaag 12, de overlay 14 en de tegenlaag 18 op het substraat 11 verperst worden en daarbij uitharden. De structuur van het bovenoppervlak van de plaat en dus ook van de bovenzijde van de vloerpanelen wordt bepaald door de structuur van het contactoppervlak 20 van een in de pers 19 aangewende persplaat
21. Zulke persplaat 21 is beter bekend onder de benaming "blek".
Het bijzondere van de huidige uitvinding bestaat erin dat, zoals schematisch is weergegeven in figuur 1, het vloerpaneel 1 aan zijn bovenzijde 16 zones 22-23 van verschillende glansgraden vertoont die zich over het bovenoppervlak uitstrekken globaal in de vorm van een houtmotief. Deze zones
22-23 zijn in figuur 1 onderscheidend afgebeeld door middel van gearceerde en niet gearceerde gebieden, waarbij de gearceerde gebieden zones 22 voorstellen met een eerste bepaalde glansgraad, terwijl de niet gearceerde gebieden zones 23 voorstellen met een duidelijk andere glansgraad. Meer speciaal stellen de gearceerde gebieden zones 22 voor die met het blote oog als matte zones worden ervaren, terwijl de niet gearceerde gebieden eerder glanzend zijn.
Alhoewel het niet uitgesloten is gebruik te maken van verschillende gebieden met meer dan twee onderling verschillende glansgraden, worden zoals weergegeven in figuur 1 bij voorkeur uitsluitend zones 22-23 van slechts twee duidelijk te onderscheiden glansgraden toegepast. Hiermede wordt bedoeld dat met het blote oog van op een normale ooghoogte boven een geïnstalleerd vloerpaneel 1 slechts twee duidelijk verschillende glansgraden kunnen worden onderscheiden.
De verschillende glansgraden kunnen op eender welke wijze worden gerealiseerd. Bij voorkeur evenwel wordt hiertoe gewerkt met een persplaat 21 die zoals schematisch weergegeven in figuur 4 is voorzien van een contactoppervlak 20 dat eveneens zones 24-25 van verschillende glansgraad heeft. De zones 25 met de hoogste glansgraad zijn hoofdzakelijk effen, terwijl de zones 24 met de laagste glansgraad een fijne oneffen structuur
26 hebben, die bijvoorbeeld is verkregen door de persplaat 21 ter plaatse van de zones 24 te stralen, bijvoorbeeld te zandstralen. Na het persen wordt dan ook in de zones 22 een fijne oneffen structuur 27 in het bovenoppervlak van de geperste plaat weerhouden, hetgeen in figuur 3 schematisch is weergegeven. Deze oneffen structuur levert visueel een mat effect op.
Door de fijne oneffen structuur 27 gebeurt de weerkaatsing van licht immers op een diffuse wijze, waardoor een matter uitzicht wordt gecreëerd.
Opgemerkt wordt dat de techniek om met een fijn oneffen oppervlak een verpersing uit te voeren, om dan een mat oppervlak aan de gevormde plaat te weerhouden, op zich bekend is uit de stand van de techniek.
Volgens één van de in de inleiding genoemde mogelijkheden van de uitvinding vertoont het vloerpaneel 1 een decor 8 dat in één kleur of hoofdzakelijk in één kleur is uitgevoerd, welke bij voorkeur een donkere keur is. Dit betekent dan bijvoorbeeld dat in figuur 1 geen kleurmotief aan het bovenoppervlak kan worden waargenomen en dat alleen het motief waarneembaar is dat het gevolg is van de toepassing van twee glansgraden. De kleur van het decor 8 is hierbij bij voorkeur zwart of ziet er nagenoeg als zwart uit.
In figuur 5 is schematisch een gedeelte van het bovenoppervlak van een voorkeurdragende variante van een vloerpaneel 1 volgens de uitvinding weergegeven, waarbij het decor 8 evenwel in twee verschillende kleuren is uitgevoerd, met andere woorden het decor 8 twee soorten zones 28-29 vertoont die door hun kleur onderling van elkaar verschillen. Meer speciaal nog zijn in de uitvoering van figuur 5 de zones 22-23 van verschillende glansgraad en de zones 28-29 van verschillende kleur in overeenstemming met elkaar.
Figuren 6 en 7 verduidelijken hoe het in figuur 5 weergegeven gedeelte van het bovenoppervlak is opgebouwd. Figuur 6 geeft de zones 28-29 van verschillende kleur weer, waarbij, zoals zichtbaar in deze figuur, deze zones 28-29 ook een houtmotief voorstellen. De twee kleuren verschillen van elkaar doordat de ene kleur donkerder is dan de andere, waarbij de meest donkere kleur bij voorkeur zwart is, terwijl de lichtere kleur bruin of bruinachtig is. De zones 29 die uitgevoerd zijn in de meest donkere kleur zijn in figuur 6 voorzien van een arcering, terwijl de blanco gebieden in de figuur de zones 28 voorstellen die in de lichtere kleur, bijvoorbeeld bruin zijn uitgevoerd. Figuur 7 geeft voor het overeenstemmende gedeelte van figuur 6 de zones 22-23 weer van verschillende glansgraad.
Hierbij wordt opgemerkt dat de zones 22 met de glansgraad die het meest matte effect oplevert, welke in figuur 7 gearceerd zijn, en de zones 28 die in de lichtere kleur zijn uitgevoerd, welke in figuur 6 blanco zijn, in overeenstemming met elkaar zijn uitgevoerd. Met "in overeenstemming" wordt bedoeld dat hetzelfde houtmotief, nagenoeg hetzelfde houtmotief, of minstens zich globaal op dezelfde wijze uitstrekkende houtmotieven worden aangewend voor de zones van verschillende kleur en van verschillende glansgraad.
Verder wordt bij voorkeur ook hiermee bedoeld dat de zones, 22-23 enerzijds en
28-29 anderzijds, op overeenstemmende plaatsen aan de bovenzijde aanwezig zijn, althans toch minstens voor wat betreft de grotere zones, met andere woorden dat het houtmotief dat gecreëerd is door de glansgraden en het houtmotief dat gecreëerd is door de kleuren overeenstemmend of nagenoeg overeenstemmend over elkaar gepositioneerd zijn.
Het voorgaande sluit niet uit dat afwijkingen kunnen bestaan die al dan niet gewild zijn. Zo bijvoorbeeld geniet het de voorkeur dat, zoals weergegeven in de figuren 5 tot 7, de matte zones 22, of minstens de grotere gedeelten daarvan, groter zijn uitgevoerd dan de zones 28 die in de voornoemde lichtere kleur zijn uitgevoerd. Dit betekent bijvoorbeeld dat de in figuur 7 weergegeven breedte B2 van de betreffende matte zone 22 iets groter is dan de in figuur 6 voor dezelfde locatie aangeduide
<EMI ID=2.1>
een overlapping 30 aan de randen van de zones waarbij de matte zones 22 zich tot in het randgebied van de donkere zones 29 uitstrekken. Deze overlapping kan enkele millimeters bedragen.
Door ervoor te zorgen dat de matte zones 22 zich iets wijder uitstrekken dan de overeenstemmende kleurzones 28, wordt bereikt dat bij een geringe onderlinge verschuiving tussen de zones 22 en 28, bijvoorbeeld door rek van de drager 13, toch nog een goede afdekking van de zones 28 door de zones 22 wordt verkregen. Uit testen is gebleken dat ongewenste schemereffecten daardoor kunnen worden geminimaliseerd.
In een nog meer voorkeurdragende uitvoeringsvorm zijn in het bovenoppervlak van het vloerpaneel 1, met andere woorden in de sierzijde 16, tevens indrukkingen 31 aangebracht die houtporiën imiteren, die bij voorkeur in overeenstemming zijn met het voornoemde houtmotief. In de dwarsdoorsnede van figuur 3 zijn schematisch enkele van dergelijke indrukkingen 31 afgebeeld. Het is duidelijk dat deze kunnen worden verwezenlijkt door, zoals schematisch in figuur 4 is weergegeven, te werken met een persplaat 21 waarop dan de nodige uitstekende gedeelten 32 aanwezig zijn.
Figuur 8 geeft schematisch het door de indrukkingen 31 bepaalde motief weer in bovenaanzicht voor het gedeelte van het oppervlak dat in de figuren 5 tot 7 is afgebeeld, terwijl figuur 9 schematisch het uiteindelijke effect weergeeft, namelijk de aanwending van de poriënstructuur op het oppervlak van figuur 5.
Met indrukkingen die "in overeenstemming" zijn met het voornoemde houtmotief wordt bedoeld dat de indrukkingen 31 opgesteld zijn volgens een motief dat het houtmotief volgt of min of meer volgt. Zoals bij werkelijk hout hoeven de houtporiën hierbij niet welbepaalde zones van verschillende kleuren volgen. Bij de imitatie in een vloerpaneel 1 volgens de huidige uitvinding geniet het echter de voorkeur dat de indrukkingen 31 die de houtporiën imiteren grotendeels in de matte zones 22 gesitueerd zijn, zoals afgebeeld.
Volledigheidshalve wordt erop gewezen dat in de figuren 3 en 4 de lagen en oppervlaktestructuren, en dus ook de indrukkingen
31, sterk geschematiseerd zijn weergegeven. In werkelijkheid heeft de toplaag of laminaatlaag 9 slechts een dikte van bijvoorbeeld 0,15 mm. De diepte van de indrukkingen 31 hoeft niet beperkt te zijn tot de dikte van de overlay 14.
Opgemerkt wordt dat het niet uitgesloten is om zones 22-23 van verschillende glansgraad te combineren met indrukkingen 31 die houtporiën imiteren, zonder gebruik te maken van verschillende kleuren. Dit betekent dan bijvoorbeeld dat de zones 22-23 van verschillende glansgraad van figuur 7 worden gecombineerd met de poriënstructuur van figuur 8, evenwel op een neutraal gekleurde ondergrond die dan bijvoorbeeld gevormd wordt door een donker enkelkleurig, meer speciaal zwart, decor 8.
Zoals in figuur 3 is weergegeven zijn de voornoemde zones 22-23 van verschillende glansgraad aan hun bovenoppervlak bij voorkeur ieder op zich vlak of hoofdzakelijk vlak, met uitzondering van een eventuele fijne matteringsstructuur 27 ter plaatse van de mattere zones 22 en met uitzondering van eventuele plaatselijke indrukkingen, zoals bijvoorbeeld de voornoemde indrukkingen 31 voor het imiteren van houtporiën.
De voornoemde zones 22-23 van verschillende glansgraad kunnen zowel hoofdzakelijk in éénzelfde vlak, dus op éénzelfde niveau of nagenoeg éénzelfde niveau, gelegen zijn, alsook op verschillende niveaus.
Zoals weergegeven in figuur 3 zijn de zones 22-23 van verschillende glansgraad bij voorkeur evenwel hoofdzakelijk in éénzelfde vlak, dus op éénzelfde of nagenoeg éénzelfde niveau, gelegen, met uitzondering van eventuele hoogteverschillen die uitsluitend door de ruwheid van de structuur 27 bepaald worden. Het feit dat er geen niveauverschil of nagenoeg geen niveauverschil bestaat tussen deze zones 22-23, biedt het reeds in de inleiding uiteengezette voordeel dat geen reële opstaande overgangsranden merkbaar zijn, waardoor een mogelijk storende factor wordt uitgesloten.
Praktisch geniet het de voorkeur dat een eventueel niveauverschil globaal gezien kleiner is dan tien micrometer en beter nog minder dan vijf micrometer. In het geval van oneffenheden om een mat effect te creëren, is het bedoelde niveauverschil het verticaal hoogteverschil tussen de hoogste punten van de toppen van de oneffen structuur 27 en de bovenzijde van de minder matte of glanzende aangrenzende zone
23.
Het voorgaande sluit echter niet uit dat in bepaalde toepassingen toch grotere niveauverschillen zullen worden toegepast.
De uitvinding is vooral geschikt om donkere harde houtsoorten te imiteren, alhoewel de toepassing bij andere imitaties niet uitgesloten is. In de eerste plaats is zij bedoeld om de houtsoort wengé te imiteren. In figuur 10 is ter verduidelijking een gedeelte uit een echt bedrukkingsmotief voor het vervaardigen van een laminaatvloerpaneel dat wengé imiteert, weergegeven. De donkere gedeelten stellen hierbij de donkere, bij voorkeur zwarte zones 29 voor, terwijl de blanco gedeelten de zones 28 voorstellen van een lichtere kleur. Het bijpassende motief van matte en glanzende zones zal op dezelfde wijze worden uitgevoerd, waarbij de blanco gebieden in figuur
10 dan de matte zones 22 voorstellen, met als eventueel enig verschil dat een overlapping 30 zoals voornoemd wordt toegepast.
Figuur 11 geeft een werkelijke indrukkingenstructuur weer om houtporiën te imiteren, welke bij figuur 10 past.
Bij het vormen van de voornoemde vloerpanelen 1, meer speciaal bij het vormen van de randen 2-3-4-5 en de daaraan aanwezige koppeldelen 6-7, ontstaan dikwijls lichtkleurige, praktisch witte randlijnen, dit op de plaats waar de snede doorheen de toplaag, met andere woorden de laminaatlaag 9, gaat. Vermoedelijk is dit het gevolg van wijzigingen in de brekingsindex van de kunststof 10 waardoor deze wit wordt in plaats van doorzichtig. Een ander vermoeden is dat, althans bij DPL, men door het doorsnijden van de drager 13 van de decorlaag
12 en/of van de drager 15 van de overlay 14 een witte rand krijgt te zien. Ongeacht wat aan de basis van dit effect ligt, wordt opgemerkt dat dit vooral hinderlijk is bij de aanwending van zeer donkere decors, zoals bij wengé, daar na het koppelen van dergelijke vloerpanelen opvallende lichte lijnen tussen de gekoppelde vloerpanelen blijven bestaan.
Volgens de huidige uitvinding wordt hieraan verholpen doordat aan de bovenrand 33 een inkleuring wordt uitgevoerd, bij voorkeur met een kleur waarvan de tint overeenstemt met de algemene tint van het decor 8. Volgens een eerste mogelijkheid kan dit door minstens ter hoogte van de zijkant van de laminaatlaag 9 een kleurlaag 34 aan te brengen op eender welke wijze, hetgeen in figuur 12 schematisch is weergegeven doordat de bovenrand 33 langsheen een stift 35 wordt bewogen, zodat de zijkant bijvoorbeeld zwart wordt ingekleurd. Figuur 13 geeft een alternatief weer waarbij een materiaalgedeelte ter hoogte van de bovenrand 33 is weggenomen, bijvoorbeeld ter vorming van een vellingkant 35, en waarbij het gevormde oppervlak met een kleurlaag 34 is voorzien.
De kleurlaag 34, bijvoorbeeld zwart of bruin, kan op eender welke wijze op het oppervlak worden aangebracht en bestaat zoals weergegeven bijvoorbeeld uit een bekledingslaag gevormd door middel van lak, inkt, transferdruk of dergelijke. Figuur 14 geeft een variante weer, waarbij een rechthoekige kantuitsparing 36 is voorzien tussen gekoppelde vloerpanelen 1, waarbij de aangrenzende zijden 37-38-39 dan ingekleurd zijn.
Het vloerpaneel 1 kan eventueel een substraat 11 bezitten dat ingekleurd is, eveneens met een donkere kleur, waarbij optioneel ook de onderzijde van het vloerpaneel donker getint wordt. Hierdoor wordt optisch het idee gegeven dat het vloerpaneel een massieve houten plank is.
Opgemerkt wordt dat boven het decor 8 een ingekleurde overlay
14 aanwezig kan zijn, die in het geval van een donker decor 8 eveneens donker is ingekleurd.
Tevens wordt opgemerkt dat de uitvinding vooral tot haar recht komt bij houtmotieven, of imitaties van hout, die een uitgesproken zogenaamde bloemstructuur vertonen. Dit is een structuur waarbij de betreffende zones zich zoals weergegeven in de figuren 1 en 5 tot 10 globaal gezien in grote opeenvolgende bandvormige kringen of delen van kringen uitstrekken.
Opgemerkt wordt dat onder een "imitatie" van een houtmotief iedere vorm van een weergave van een houtmotief dient te worden verstaan, ongeacht of het een geïmiteerd motief is dat verkregen is via reproductietechnieken waarbij van een afbeelding van echt hout is uitgegaan, of het een motief is dat door middel van beeldvormings- en/of ontwerptechnieken gegenereerd is zonder daarbij uit te gaan van echt hout.
In het geval van geperst laminaat, worden de laminaatvloerpanelen 1 meestal uit grotere geperste platen verwezenlijkt, waarbij de decorlaag 12 en de eventuele overlay
14 in de vorm van een brede papierbaan of papiervel, doorgaans met een breedte van 2,5 meter, op het substraat worden geperst. De verkregen platen worden dan verzaagd tot vloerpanelen 1. In het geval van langwerpige vloerpanelen 1, bijvoorbeeld zoals afgebeeld in figuur 1, worden deze doorgaans in de langsrichting van de papierbaan uit de platen gezaagd.
Volgens een speciaal aspect van de uitvinding zal in zulk geval bij voorkeur een bijzondere werkwijze worden toegepast om de vloerpanelen te verwezenlijken waarbij welbepaalde kritische motieven hoofdzakelijk slechts uit het centrale gebied van de papierbaan worden verwezenlijkt, terwijl uit de randgebieden in hoofdzaak slechts vloerpanelen met minder kritische motieven worden verwezenlijkt. Het is immers zo dat de papierbaan in het centrale gebied doorgaans vrij juist ligt en daar bovendien de eventuele rek geen invloed heeft. In de randgebieden manifesteert de rek zich echter meer en kan het motief van het decor aanzienlijk verschuiven. Dit heeft tot gevolg dat bij het persen van de laminaatplaten in het centrale gebied zich weinig of geen onderlinge verschuiving tussen het kleurmotief en het motief van verschillende glansgraden voordoet, doch wel in de randgebieden.
Door nu de meest kritische motieven uitsluitend in het centraal gebied van het decor te laten voorkomen, wordt bereikt dat het voornoemde nadeel kan worden geminimaliseerd.
Dit wordt hierna verder verduidelijkt aan de hand van figuur
10. Zoals blijkt uit deze figuur kan zulk vloerpaneel 1 zowel zones A met grote tekeningen, zoals grote "bloemen", bezitten, als zones B met een eerder fijne textuur in de tekening. Zulke zones A blijken nu kritischer te zijn dan zones B. In de zones A valt een verschuiving tussen het kleurmotief en het motief van verschillende glansgraad blijkbaar vlugger op dan in de zones B.
Aangezien doorgaans op één papierbaan meerdere vloerpanelen met verschillende motieven worden afgebeeld, waarbij bepaalde vloerpanelen zowel motief A als B bevatten, terwijl andere geen motief A of nauwelijks een motief A vertonen, zal men nu volgens de uitvinding er bij voorkeur voor zorgen dat vloerpanelen die op een uitgesproken wijze een motief van het A-type bezitten slechts in het centrale gebied van de papierbaan voorkomen, terwijl in de randgebieden uitsluitend motieven worden gehandhaafd van het minder kritische type, dus vloerpanelen die uitsluitend of nagenoeg uitsluitend het fijnere motief B bezitten.
In het vloerpaneel volgens de uitvinding kunnen ook eventuele zogenaamde spiegels worden geïmiteerd, dit zijn in werkelijkheid glanzende harde houtgedeelten, doorgaans in de vorm van een kleine vlek of onregelmatig verlopende band. In figuren 5 en 9 is schematisch een voorbeeld van zulke geïmiteerde spiegel 40 afgebeeld.
Deze spiegels kunnen in de hiervoor beschreven laminaatvloerpanelen 1 op een praktische wijze worden geïmiteerd door toepassing van één of meer van volgende technische kenmerken:
door aanwending van een gebied waarin een keurverandering is uitgevoerd, bijvoorbeeld doordat in het gebied 41 van figuur 6 een kleurverandering aanwezig is, die:
- ofwel erin kan bestaan dat, zoals weergegeven, dit gebied 41 in dezelfde kleur als de zones 28 is uitgevoerd met als gevolg dat deze kleur zich ook tot in de betreffende zones 29 uitstrekt en daar dus een kleurverandering bewerkstelligt;
- ofwel erin kan bestaan dat dit gebied 41 in dezelfde kleur als de zones 29 is uitgevoerd met als gevolg dat deze kleur zich ook tot in de betreffende zones 28 uitstrekt en daar dus een kleurverandering bewerkstelligt;
- ofwel erin kan bestaan dat het gebied 41 in een kleur is uitgevoerd die verschillend is van zowel de kleur van de zones 28 als de kleur van de zones
29;
door aanwending van een gebied waarin een verandering, bij voorkeur verhoging, in glansgraad zichtbaar is ten opzichte van het omgevend gebied, bijvoorbeeld doordat zoals weergegeven in figuur 7 een gebied 42 wordt toegepast dat zich tot in de matte zones 22 uitstrekt, doch ook met dezelfde glansgraad als de zones 23 is uitgevoerd, of bijvoorbeeld doordat, volgens een variante, een gebied wordt toegepast waar de glansgraad nog hoger is dan deze in de zones 23;
door aanwending van een gebied, bijvoorbeeld een gebied 43 zoals aangeduid in figuur 8, waarin het algemeen patroon van de indrukkingen 31 plaatselijk onderbroken is;
door aanwending van de combinatie van twee of meer van de in voorgaande paragrafen opgesomde mogelijkheden.
Figuur 5 toont een imitatie van een spiegel 40, verkregen door de combinatie van de gebieden 41 en 42. Figuur 9 toont een imitatie van een spiegel 40 verkregen door een combinatie van de gebieden 41, 42 en 43.
Opgemerkt wordt dat deze techniek om spiegels te imiteren ook in eender welk laminaatvloerpaneel kan worden toegepast dat hout imiteert, ongeacht of het al dan niet een vloerpaneel is dat zoals hiervoor beschreven zones van verschillende glansgraad heeft die zich volgens een houtmotief uitstrekken. Bijgevolg heeft de uitvinding volgens een onafhankelijk aspect ook betrekking op een vloerpaneel, meer speciaal van het type dat bedoeld is voor het vormen van een zwevende vloerbedekking, waarbij dit vloerpaneel een decor, alsmede een toplaag op basis van kunststof, bevat, en waarbij de sierzijde van het vloerpaneel een houtmotief imiteert, met als kenmerk dat het vloerpaneel aan zijn bovenoppervlak een imitatie van één of meer houtspiegels bezit die door toepassing van één of beide van volgende technische kenmerken is verwezenlijkt:
door aanwending van een gebied met een ten opzichte van de
omgeving ervan veranderde glansgraad, bij voorkeur een verhoogde glansgraad;
door aanwending van een gebied waarin een algemeen patroon
van indrukkingen die houtporiën imiteren plaatselijk onderbroken is.
Verder kan, volgens dit onafhankelijke aspect, de imitatie van dergelijke houtspiegel ook nog worden verbeterd door in combinatie met de voornoemde twee mogelijkheden of in combinatie met één van deze mogelijkheden ook nog in een kleurverandering te voorzien ter plaatse van deze houtspiegel.
Tenslotte wordt opgemerkt dat de kunststoflaag volgens de uitvinding niet noodzakelijk moet verkregen zijn door verpersing van in hars of dergelijke gedrenkte dragervellen. De kunststoflaag kan immers bijvoorbeeld ook uit een op het oppervlak opgedragen en uitgeharde substantie, zoals een vernis, doorzichtige lak of dergelijke bestaan, die op eender welke wijze is aangebracht.
In het geval de vloerpanelen worden gerealiseerd door middel van geperste laminaatplaten, kunnen deze laatste onder andere zowel door middel van een continupers als een open en toe gaande pers vervaardigd zijn.
De huidige uitvinding is geenszins beperkt tot de als voorbeeld beschreven en in de figuren weergegeven uitvoeringsvormen, doch dergelijk vloerpaneel kan in verschillende vormen en afmetingen worden gerealiseerd zonder buiten het kader van de uitvinding te treden.